Wat is de échte prijs van lokaal versus geïmporteerd voedsel?

Bijna 40% van het landoppervlak van onze prachtige planeet wordt geëxploiteerd door onze voedingsindustrie. Mocht je ooit in een discussie belanden over de invloed van menselijk handelen op het klimaat en het ecosysteem, deel dan dit verbluffende feit. Dit inzicht is voor elk mens voldoende om doordrongen te raken van onze footprint en hoe deze inwerkt op natuurlijke ecosystemen, waaronder het klimaat en de biodiversiteit.

“Wat is de échte prijs van lokaal versus geïmporteerd voedsel? Lees het opiniestuk @boudewijnmos”
Tweet this!

Het begint aan de eettafel
Bewustwording over de economische waarde van biodiversiteit begint aan de eettafel. Verse producten leveren, naast een essentieel onderdeel van ons dieet, een jaarlijkse omzet van ruim $61 miljard op. Zonder bijen wordt dit bedrag een stuk lager. Bijen zijn grofweg verantwoordelijk voor één van elke drie happen die je vandaag hebt genomen.

De meesten van ons zullen ook begrijpen dat de mate van biodiversiteit bepalend is voor de bodemkwaliteit. Als de FAO (food & agriculture organization van de VN) gelijk krijgt en de huidige trend in bodemdegradatie doorzet, dan hebben we nog een kleine zestig oogsten te gaan voordat ‘ons eten op is’ en we te maken krijgen met een wereldwijd voedselprobleem. Vraag is dus: hoe gaan we op lange termijn de wereld voeden?

We weten ook steeds meer over de integrale effecten van het huidige voedselsysteem. We weten vanuit diverse analyses, dat bij elke euro die je aan voedsel uitgeeft er ook ongeveer 1 euro aan ‘externe effecten’ plaatsvinden zoals zorgkosten door welvaartsziektes, kosten voor tegengaan van klimaatverandering, en het herstellen van biodiversiteit.

“Voor elke euro die je aan voedsel uitgeeft, vindt ook ongeveer 1 euro aan ‘externe effecten’ plaats, zoals zorgkosten door welvaartsziektes, kosten voor tegengaan van klimaatverandering en het herstellen van biodiversiteit”

Een rapport van de sustainable food trust laat op zeer eenvoudige manier zien wat de ‘externaliteiten’ van ons voedselsysteem zijn. Ongeveer een-derde van deze externe kosten zijn gerelateerd aan natuurlijk kapitaal. Daarvoor betaalt iedereen uiteindelijk de rekening: jij en ik. Dit gebeurt niet in de supermarkt, maar bijvoorbeeld via diverse belastingen.

Het is duidelijk dat de voedingsindustrie voor een enorme uitdaging staat. De externaliteiten zijn op lange termijn onhoudbaar.  De waardeketen moet radicaal getransformeerd worden om haar milieu-impact te verminderen en tegelijkertijd moet de output omhoog om in de groeiende vraag te blijven voorzien. Het goede nieuws is dat er in deze enorme uitdaging ook veel kansen verscholen liggen.

Steeds meer duurzaam eten op het menu
De transformatie is al ingezet. Het bewustzijn groeit. Er staat steeds meer duurzaam eten op tafel. We geven er graag meer geld aan uit en we investeren ook steeds vaker in duurzame innovaties.

In Nederland besteedden we in 2016 ruim 3,8 miljard euro aan duurzaam voedsel; een duizelingwekkende toename van 26% in ten opzichte van 2015. De marktpenetratie bedroeg 10% in 2016, vergeleken met 8% in 2015 (3,5% in 2010).

Aan de andere kant van het spectrum zien we dat investeerders ook steeds meer oog hebben voor duurzaam geproduceerde voeding. Het jaarverslag uit 2016 van de milieu-investeringsaftrek / willekeurige afschrijving milieu-investeringen (MIA/Vamil) laat een stijging zien van 20% in het aantal aanvragen. Een groot deel van die aanvragen betrof investeringen in de verduurzaming van de voedingssector.

Wereldwijd zien we eenzelfde trend. Uit de meest recente enquête van het Global Impact Investing Network blijkt dat 63 procent van de impactbeleggers hun dollars stopt in voedsel en landbouw, en de omvang van investeringen in de sector is sinds 2013 jaarlijks met 32,5 % gegroeid. Deze enorme groei is het directe gevolg van het feit dat duurzame productlijnen steeds vaker de meest winstgevende productlijnen blijken te zijn. Unilever publiceerde onlangs nog een rapport waarin blijkt dat de producten die zij als duurzaam beschouwen, 46% harder groeien en goed zijn voor 70% van de omzet.

“63 % van de impactbeleggers stopt hun dollars in voedsel en landbouw, en de omvang van investeringen in de sector is sinds 2013 jaarlijks met 32,5 % gegroeid”

Allemaal goed nieuws. Maar wat betekent dat eigenlijk ‘duurzaam’?
Het goede nieuws is dat het bewustzijn van de consument groeit en dat is de katalysator voor verandering. Echter, hoe weten we dat we zeker dat we ons geld in de juiste dingen stoppen? Hoe meet je duurzaamheid? Kan je echt beter een Westlandse tomaat kopen dan een Marokkaanse tomaat?

Voedselkilometers zijn slecht voor het milieu, dat is evident. Maar transport is slechts een van de factoren die tot vervuiling leiden. Groente en fruit uit het Westland wordt gekweekt in kassen die nog steeds overwegend worden verwarmd en met aardgas, terwijl in landen als bijvoorbeeld Spanje, Marokko en Tunesië de zon voor voldoende warmte zorgt. De totale ‘footprint’ van een Marokkaanse tomaat kan dus zomaar veel lager uitvallen dan die van een Westlandse tomaat.

En zo kent elk productieproces tientallen variabelen die de footprint bepalen. Hierdoor is het moeilijk voor consumenten, retail, producenten en investeerders om de juiste afwegingen te maken. Hoe vergelijk je de duurzaamheid van materialen, producten of investeringen als je zoveel variabelen moet afwegen? Dit vergt kennis enerzijds en transparantie anderzijds. Beiden blijken in praktijk grote bottlenecks op te leveren. Kennis over duurzaamheidsmaatstaven is nog steeds specialistisch en de vraag om transparantie is vaak een vraag om bedrijfsgevoelige informatie prijs te geven. Hoe lossen we dit op?

Hoe zorgen we dat duurzaamheid eenduidig meetbaar is?
Dit probleem speelt natuurlijk niet alleen in de voedselindustrie. In de afgelopen decennia zijn er wereldwijd allerlei initiatieven ontplooid door het bedrijfsleven, de politiek en de wetenschap om standaarden te ontwikkelen rondom het meten van duurzaamheid.

Het concept dat nu steeds meer aan populariteit wint is True Cost Accounting; het berekenen van de ‘echte prijs’ van een product waarbij er een prijs wordt opgehangen aan de milieu-impact van het gehele productieproces – en in steeds meer gevallen ook de gebruiksfase.

Alle impact variabelen zoals CO2-uitstoot, waterverbruik, grond en water vervuiling, luchtvervuiling, toegepaste gerecycleerde materialen, worden omgezet in monetaire waarden (bijvoorbeeld euro’s) die bij elkaar opgeteld de “milieukosten” van een product vertegenwoordigen. Zo kan die Marokkaanse tomaat per kilo €2,30 kosten maar bij de productie, de verpakking en het vervoer 0,30 cent milieukosten gemaakt hebben. De echte prijs van die tomaat is dan €2,60.

Dit concept maakt het makkelijker om de milieu impact van verschillende producten sneller en makkelijker tegen elkaar af te wegen. Daarbij zorgt de vertaalslag naar een financiële indicatoren ervoor dat het bedrijfsleven makkelijker kan sturen op duurzame, winstgevende businessmodellen.

Hebben we de oplossing dan gevonden?
Wellicht, maar in werkelijkheid is dit concept nog volop in ontwikkeling, want wat zijn straks de variabelen die per industrie de echte prijs van een product gaan bepalen? En wat wordt de standaard rekenmethodiek om tot een ‘echte prijs’ te komen. Hoe dan ook, een ding is duidelijk, bedrijven in de voedingssector zullen in toenemende mate de beschikking en controle moeten hebben over milieu-data waarmee ze kunnen voldoen aan de vraag naar transparantie over de echte prijs van een product. Ongeacht welke data-sets of rekenmethodiek de standaard worden, het beheer van milieu-data wordt een kernactiviteit voor bedrijven.


Boudewijn is een ondernemer met een missie; hij wil het voor bedrijven zo makkelijk mogelijk maken om winstgevende business modellen te ontwikkelen rondom duurzame producten en diensten. Daarnaast moet het voor inkopers en consumenten zo makkelijk mogelijk zijn om de milieu impact van producten te kunnen afwegen bij aankopen. Hiervoor is het nodig dat het voor bedrijven rendabel wordt om op grote schaal de milieu impact door te rekenen van producten, de bedrijfsvoering en hun waardeketen. Na ervaring te hebben opgedaan bij verschillende tech startups kan Boudewijn zijn visie volledig tot haar recht laten komen bij EcoChain Technologies. Hier is hij verantwoordelijk voor de bedrijfsontwikkeling. EcoChain maakt het voor bedrijven makkelijk en rendabel om zelf footprint berekeningen te maken en te vertalen naar financiële indicatoren waarmee duurzame business modellen kunnen worden getoetst en verbeterd.


In aanloop naar het AgriFood & Tech event delen wij regelmatig opiniestukken van onze sprekers.

Bekijk programma

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!