Overheid, stimuleer digitale zorg via standaarden en integrale bekostiging

Waar het bedrijfsleven al twee decennia geleden de weg naar massale digitalisering van processen, diensten en producten heeft ingezet, wil dat in de zorg maar niet lukken. Voor we het weten zakken we op de EU Health Consumer Index van de bovenste naar de onderste regionen omdat we de digitale ontwikkelingen niet kunnen volgen. Modernisering van de zorg vraagt om duidelijke standaarden voor patiënt, zorginstellingen en ICT-leveranciers. De overheid moet die snel vaststellen en opleggen.

Waarom blijft digitale zorg in Nederland zo achter? Daar zijn drie redenen voor.

1. Bekostiging van de zorg
De bekostiging van de zorg is verdeeld over huisartsen, medisch specialisten, GGZ-zorg, apothekers, enzovoorts. Iedere sector en instelling daarbinnen heeft een eigen budget. Dat stimuleert geen moderne samenwerkingsvormen tussen zorgverleners of digitale zorg met de patiënt. Daarbij kijkt de gemiddelde specialist kritisch naar eHealth-toepassingen omdat zijn inkomsten kunnen afnemen. Dat zit zo. Eén van de doelen van eHealth en monitoring-op-afstand is om complicaties en verslechtering na ontslag van de patiënt te voorkomen. Het klinkt cynisch, maar juist de medische interventies bij snelle achteruitgang zijn de kostbare behandelingen (DBC’s) die bijdragen aan het inkomen van de specialist, gemiddeld 270.000 euro per jaar. Integrale bekostiging over sectoren heen is nodig, zodat overdracht en samenwerking tussen zorgverleners en eHealth voor de patiënt financieel wordt gehonoreerd en daarmee gestimuleerd.

Implementatie van digitale zorg zoals telemonitoring van de patiënt thuis vraagt om herinrichting en soms eliminatie van bestaande zorgprocessen.

2. Hoge kapitaalinvesteringen en vaste lasten
Zorginstellingen, met name ziekenhuizen, zijn dure omgevingen qua gebouwen, faciliteiten en gespecialiseerd personeel. Met de hoge kapitaalsinvesteringen en vaste lasten is de gemiddelde marge 1 a 2 procent. Ruimte voor investeringen en innovaties is beperkt. Implementatie van digitale zorg zoals telemonitoring van de patiënt thuis vraagt om herinrichting en soms eliminatie van bestaande zorgprocessen. In het concurrerende bedrijfsleven is dit pure noodzaak, maar in de zorg is de zwaartekracht van gevestigde belangen en lang bestaande processen voelbaar. Het model van een ziekenhuis als bedrijfsverzamelgebouw met een groot aantal medische maatschappen bestaat al honderd jaar. Creëer ruimte voor een gezonde marge door een deel van de gerealiseerde besparingen op zorguitgaven terug te geven, op voorwaarde dat de zorginstelling expliciet investeert in digitale zorg en informatie-uitwisseling en de interne bedrijfskosten reduceert.

3. Onvoldoende functionerende markt voor digitale zorg
Ten derde functioneert de markt voor digitale zorg onvoldoende. Er zijn veel aanbieders van eHealth-toepassingen met grote verschillen in prijs, productkwaliteit, implementatie en technologie. Zorginstellingen komen hier moeilijk achter omdat de informatie niet transparant is. Waar publieke instanties in andere landen dit concreet in beeld brengen met kwalificaties en certificering, ontbreekt dit in Nederland. Voor leveranciers is het moeilijk om schaalgrootte te bereiken omdat ze langdurige en ingewikkelde onderhandelingen moeten voeren met vele zorginstellingen met relatief een klein aantal patiënten voor hun toepassing. Tenslotte blijkt dat eHealth soms wordt toegepast op een groep patiënten waar het onvoldoende effectief voor is. Dan is het dure zorg, bovenop de bestaande bekostiging en wordt er dubbel betaald. Dat was niet de bedoeling. Ontwikkel een Deltaplan voor gegevensuitwisseling en digitale zorg op basis van verplichte technische en informatiestandaarden, in combinatie met krachtige ondersteuning voor zorgaanbieders en stimulering van gekwalificeerde leveranciers.

Trage introductie van eHealth

Het Duitse Bertelsmann instituut publiceerde in juni dit jaar een studie over digitale zorg in Europa waaruit blijkt dat Nederland sterk achterloopt met een achtste plek achter onder andere Spanje, Portugal, Engeland, Zweden en Denemarken. Belangrijkste reden is de trage introductie van eHealth, online zorg en telemonitoring.  Oorzaak daarvoor is de relatieve ontoegankelijkheid van zorgdata in gesloten ICT-systemen. Het niveau van onze zorginstellingen is gemiddeld hoog evenals de mate van digitalisering. De data zit echter in de silo’s van die zorginstellingen, in ICT-systemen die onderling slecht communiceren. Mede door het debacle van het landelijk EPD in 2011 is de achterstand qua gegevensuitwisseling tussen zorgverleners onderling en met de patiënt groot. In de jaren hierna heeft de overheid vrijwel geen initiatief meer genomen om een digitaal wegennet voor de zorg te creëren.

Goede uitwisseling van informatie tussen huisarts, geriater, specialist oudergeneeskunde en wijkverpleegkundige is essentieel en schiet nu tekort door ontbrekende informatie.

Digitale informatie: een cruciale randvoorwaarde

Vorig jaar heeft de Tweede Kamer de Minister van VWS gemaand tempo te maken met die digitale uitwisseling. Patiënten zijn gebaat bij betere samenwerking tussen zorgaanbieders, waarbij uitwisseling van digitale informatie een cruciale randvoorwaarde is. Kwetsbare ouderen zijn bijvoorbeeld vaan afhankelijk van medicatie. Goede uitwisseling van deze informatie tussen huisarts, geriater, specialist oudergeneeskunde en wijkverpleegkundige is essentieel en schiet nu tekort door ontbrekende informatie. De groeiende groep kwetsbare jongeren met depressies, verslavingsproblemen en sociale ontsporing is een ander pijnlijk voorbeeld. Adequaat gecoördineerde zorg van huisarts, GGZ-psychiater en apotheek met patiënt en mantelzorgers blijft achter door het ontbreken van gedeelde voorgeschiedenis, medicatiegegevens en behandelplan.  Informatie- en technische standaarden die nationaal worden opgelegd aan zorgaanbieders en leveranciers waardoor zorg ICT-systemen met elkaar kunnen praten zijn nodig. Voor verder polderen is geen tijd meer. Zorgverzekeraars hebben de Minister deze maand opgeroepen een wettelijke plicht tot gebruik van open standaarden bij gegevensuitwisseling in te voeren.

Voorwaarden voor een goed functionerende zorgmarkt

De overheid dient snel voorwaarden te creëren voor een goed functionerende digitale zorgmarkt die patiënten een modern alternatief biedt naast bestaande voorzieningen. Voorbeeld: een deel van de bestaande zorg in de 1e lijn – bij de huisarts – en in de 2e lijn bij ziekenhuizen en GGZ-instellingen kan vervangen worden door digitale (online) zorg. Die is in principe 24 uur, 7 dagen per week beschikbaar, zonder de bekende moeite om afspraken te maken, zonder wachttijden. Meerdere onderzoeken tonen aan dat heel wat burgers hiervoor open staan.


Door: Jan Christiaan Huijsman, Strategisch adviseur digitale zorg bij Zilveren Kruis