Waarschuwing: Een nieuwe besmetting in de zorg opgedoken!

– 5 minuten leestijd –


Marlies is chirurg en hoogleraar simulatie, serious gaming en applied mobile healthcare aan de UvA/AMC. Zij is programmaleider van de Nederlandse Federatie van UMC’s op het thema e-Health. Marlies begeleidt promovendi en bestudeert waar innovaties ‘passen’ in de zorg. Zij vindt het belangrijk om kritisch te kunnen zijn waar nodig, en kijkt naar de voorwaarden om technologie in de zorg écht goed in te kunnen zetten.


Er is een nieuwe ziekte opgedoken. Een virus. Zéér besmettelijk, want het steekt zowel mensen als zij die hen behandelen aan. Het virus presenteert zich steeds nét een beetje anders. Dat is een kenmerk van een slim virus. De incubatietijd ervan is kort. We hebben er daarom in toenemende mate allemaal mee te maken. De besmetting grijpt om zich heen en neemt inmiddels endemische vormen aan; want zij die ermee besmet zijn komen er ook maar moeilijk weer vanaf. Epidemisch bijna, want wat gaat het momenteel hard met dat virus! Daar komt nog eens bij dat dit virus lang blijft hangen, het lijkt iets chronisch dus. Héél bijzonder voor een nieuwe aandoening.

Als dokter zeg ik: absoluut het onderzoeken waard! Want het is een belangrijk virus, en niemand die nog weet hoe er goed mee om te gaan. Wat het virus met je doet, met ons doet, en wat de bijwerkingen zijn. Of de effecten van het virus gewenst of ongewenst zijn. Of we moeten behandelen, en zo ja, uit welke behandelingen we dan kunnen kiezen. Of deze behandelingen effectief zijn, voor wie, en wanneer we moeten behandelen. Daar zijn we bij dit virus nog lang niet over uit, en we zijn het er zeker niet over eens. Maar eenmaal besmet lijken we elkaar er wél allemaal mee aan te moeten steken.

E-Health heet het virus. Het is een blijvertje. En het kent vele vormen. En nog veel meer behandelingen.

E-Health heet het virus. Het is een blijvertje. En het kent dus vele vormen. En nog veel meer behandelingen. Er zijn mensen die zeggen: ‘hier moeten we heel snel wat mee’. Want zo denken mensen soms bij nieuwe uitbraken die ze nog niet zo goed begrijpen noch onder controle hebben. Deze ‘vooruitlopers’ (mensen die zichzelf graag visionair of futuroloog laten noemen) stellen dat je voor je het weet een pandemie van jewelste hebt. Je moet dus goed naar ze luisteren! Met prachtige verhalen over het virus en hoe het virus te behandelen – staan ze feitelijk het virus te verspreiden. Maar dat doen ze goed, omdat ze soms ook oprecht geloven in hun methoden.

Hierbij worden ter overtuiging vaak voorbeelden geleend uit de wereld buiten de zorg; die vervolgens betrokken worden op de zorg. Zo hebben deze vooruitlopers het bijvoorbeeld over ‘uberisering’ in de zorg. Volgens de Nederlandse Taalbank wordt met ‘uberisering’ het volgende bedoeld: Veruberisering lijkt de benaming te zijn voor het aanbieden van diverse diensten door niet-beroepsbeoefenaars onder de prijs waarvoor professionals die diensten aanbieden; …al ontbreekt het bij al die amateurs vaak aan smaak (lees: kwaliteit), waardoor de lelijkheid regeert [1]. Kortom: er wordt een beeld geschetst van het virus en hoe ermee om te gaan in de zorg (met andere woorden: een behandelingsstrategie) door mensen die vaak geen beroepsbeoefenaar zijn. Dat doen ze met verve. Naar mijn mening zouden deze vooruitlopers het daarmee niet slecht doen in het alternatieve behandelcircuit.

“Zo hebben deze vooruitlopers het bijvoorbeeld over ‘uberisering’ in de zorg.”

Dit lijkt me niet het verhaal dat we het publiek – zeer ontvankelijk, want soms óók besmet met het virus en daarmee naarstig op zoek naar behandelmethodes – zouden moeten bieden.

Dokters, waarvan ik er ééntje ben, houden niet zo van ‘trial and error’ in de praktijk. We proberen immers zo goed mogelijk voor iemand te zorgen. We horen verantwoording af te kunnen leggen; eerst naar de patiënt maar ook naar onszelf. En ook naar de wereld om ons heen, om beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten en niet te verspillen. Behandelingen voorschrijven zonder goede indicatie, zonder dat je het weet of het werkt – dus zonder goed onderzoek! – is met recht gevaarlijk; óók als een patiënt erom vraagt. Ongericht antibiotica geven omdat een patiënt neusverkouden is, horen we niet te doen (antibiotica werkt overigens ook niet tegen een virus). Door ongecontroleerde oplossingen aan te dragen loop je het risico resistente volksstammen te ontwikkelen (wat ook is gebeurd met antibiotica). En resistente volksstammen zijn daarna écht veel moelijker te behandelen (lees: te overtuigen). Dit geldt ook voor het virus waar we het hier over hebben:  e-Health.

“Dokters, waarvan ik er ééntje ben, houden niet zo van ‘trial and error’ in de praktijk.”

Eenmaal resistent geworden laten mensen zich niet gemakkelijk meer besmetten door hetzelfde virus. En laat dít virus nou bepaalde kwaliteiten hebben die belangrijk voor je kunnen zijn. Het zoeken naar gemakkelijker toegang tot de zorg bijvoorbeeld. Niet doen dus. Het is beter om onszelf zo goed mogelijk te informeren om daarna ráák te schieten met je behandeling. Maar hoe doe je dat nou?

“Het is beter om onszelf zo goed mogelijk te informeren om daarna ráák te schieten met je behandeling.”

Zoals bij elke nieuwe ziekte is het ook bij deze virusuitbraak moeilijk om er goede informatie over te vinden. Want hoe weet je nou of wat je op het internet vindt, ook de waarheid is? Wat de goede behandelstrategie voor jou is? Kun je zelf je gezondheid echt positief beïnvloeden (met een app, een wearable) of moet het ziekenhuis het voor je regelen (ICT-koppelingsvlakken om toegang te vergemakkelijken, bijvoorbeeld)? Of samen? Dat is wat mensen die zelf hierin aan het dokteren gaan mij als besmette dokter vaak vragen. Informatie genoeg, maar wat is betrouwbaar, en hoe is het te duiden? Het blijkt nogal moeilijk voor patiënten om informatie die er in overvloed is (dat is het punt niet) op waarde te schatten. Gelukkig maar dat ik als dokter toch nog niet helemaal ‘obsolete’ ben! Wel fijn na zoveel jaar studeren. Ik kan goed meedenken over wat wel werkt en wat niet, en waarom. En weet ik het niet, dan heb ik geleerd hoe het vraagstuk goed te onderzoeken.

“Kun je zelf je gezondheid echt positief beïnvloeden (met een app, een wearable) of moet het ziekenhuis het voor je regelen (ICT koppelingsvlakken om toegang te vergemakkelijken, bijvoorbeeld)?”

Dokters hebben – in alle eerlijkheid – soms wel moeite om hulp hierbij te vragen. Om een virus goed te behandelen moet je kennis bundelen. Besmette dokters kunnen bijvoorbeeld naar toevluchtsoorden gaan die ‘hackathons’ heten. Een soort isolatiekampen waar gedurende wel een heel weekend in kunt verblijven samen met de niet-beroepsbeoefenaars; en werkt aan behandelingsvormen. In deze isolatiekampen vindt veel kruisbestuiving plaats; en zo kan het virus in korte tijd naar een hoger niveau evalueren. Het is maar een voorbeeld. Voor mij is het belangrijkste dat het virus oplevert, als het goed (!) behandeld wordt, tijd. Gewoon meer tijd.

“Besmette dokters kunnen bijvoorbeeld naar toevluchtsoorden gaan die ‘hackathons’ heten.”

Want meer tijd kan de dokter en patiënt wel ondersteunen. Dan kan ik weer doen waar ik ooit geneeskunde voor ben gaan studeren: met aandacht voor iemand zorgen. Die het op dát moment nodig heeft, op een manier die bij hem of haar past. En daarnaast heb ik dan – fijne bijwerking – meer tijd om typen. En daarmee deze poging u nader te informeren. Met oprechte hoop dat u hiermee vooral niet van uw mogelijke besmetting met het virus genezen bent, maar er wel wat beter mee om kunt gaan.

[1] Taalbank, hét weblog over taalverandering in het Nederlands. 


In aanloop naar het Zorgtech-event op 15 september 2016 deelt NRC Live iedere week één of meerdere (opinie)stukken van onze sprekers. Lees hier alle opiniestukken terug.

 

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!