Naar een apolitiek, toekomstwaardig klimaat beleid dat verbindt

Tijdig en effectief klimaatbeleid dreigt het kind van de politieke rekening te worden. Door de klimaataanpak in de context van verdelingskwesties te plaatsen, is het niet langer een verbindend thema maar een maatschappelijke splijtzwam. Dat moet en kan anders.

Goed nieuws over het klimaat haalt zelden de voorpagina. Waarschijnlijk miste u vorige week dan ook het bericht van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2018 2 procent minder was dan in 2017. Ook is de laatste drie jaar de emissie-intensiteit (dus: de hoeveelheid CO2-emissies per euro van het bruto binnenlands product) van de Nederlandse economie met 10 procent afgenomen. Tot zo ver het goede nieuws.

De uitstoot van broeikasgassen is in ons land nog steeds erg hoog en de afname gaat erg traag. Nederland wil volgend jaar een broeikasgasuitstoot hebben die 25 procent onder het niveau van 1990 ligt. In 2018 was de uitstoot 14,5 procent lager dan in 1990. Ook de afstand tot het doel om in 2030 49% minder broeikasgasuitstoot te hebben dan in 1990, wordt met de dag groter.

De enige maatregel die zoden aan de dijk zet

Helpt het ontwerp klimaatakkoord de afstand te overbruggen? De voorstellen uit het akkoord kunnen leiden tot een emissiereductie van tussen 31 en 52 Mton, maar dat zal waarschijnlijk niet genoeg zijn om op 49% reductie in 2030 uit te komen. Dat bleek op 13 maart jl. uit de doorrekeningen van het akkoord door het Planbureau voor de Leefomgeving. Het is te prijzen dat het kabinet meteen nadat de resultaten bekend werden, alsnog besloot een nationale CO2-heffing in te voeren. Dat is de enige maatregel die zoden aan de dijk zet, mits iedere ton CO2-uitstoot dezelfde prijs krijgt en bedrijven die uitstoot dreigen te verplaatsen naar het buitenland geen vrijstelling maar een belastingkorting krijgen. Alleen dan ervaren bedrijven steeds een prikkel voor vermindering van CO2-uitstoot.

Het klimaatbeleid is verworden tot een splijtzwam in plaats een verbindende kracht.

Op zich is het beter om ten halve te keren dan ten hele te dwalen. Maar doordat de nationale CO2-heffing pas na de doorrekening op de klimaattafel is gekomen, is het klimaat een politieke speelbal geworden waarbij verdelingskwesties de hoofdrol kregen. Het klimaatbeleid is verworden tot een splijtzwam in plaats een verbindende kracht.

De politiek is hier in belangrijke mate debet aan. Sommige politici hebben in hun zucht naar stemmenwinst het klimaatbeleid misbruikt om kiezers bang te maken voor de klimaatrekening. Zij schetsen het angstbeeld dat die rekening te veel bij burger komt te liggen, omdat het bedrijfsleven (met name de industrie) wordt ontzien. Of het beeld wordt opgeroepen dat de burger een spooknota betaalt, omdat de menselijke bijdrage aan klimaatverandering een sprookje zou zijn.

Een geleidelijk ingroeipad voor een nationale heffing

Het had anders gekund. Het klimaat is apolitiek en is van ons allemaal. Iedereen, jong en oud, hoog en kort opgeleid, heeft baat bij een akkoord waardoor de klimaatverandering binnen houdbare grenzen blijft. Het klimaatbeleid zou bij uitstek een beleidsterrein moeten zijn dat verbindt: samen spannen we ons in voor lagere uitstoot van broeikasgassen en daarmee geven we de aarde in behoorlijke staat door aan wie na ons komt.

Barbara Baarsma tijdens de serie "De pijn van de energietransitie"

Barbara Baarsma tijdens de serie “De pijn van de energietransitie”, 14 mei 2019

Het was veel verstandiger geweest als het kabinet voorafgaand aan de onderhandelingen de politieke moed had gehad om te zeggen dat er in 2020 een nationale CO2-heffing zou komen. Een heffing die met een voorspelbaar en geleidelijk ingroeipad zou worden ingevoerd, waarbij de heffing door de tijd oploopt van zo’n 20 euro naar 75 euro per ton CO2 in 2030. Vervolgens zouden de sectortafels aan de slag moeten gaan met als uitgangspunt de CO2-heffing, en mitigerende of aanvullende maatregelen kunnen bedenken. Dan hadden we geen kostbare tijd hoeven besteden aan maatregelen als het bonus-malussysteem, een lobby maatregel die op 13 maart van tafel is geveegd door het PBL. Dan was vooraf duidelijk geweest dat alle sectoren naar de mate waarin ze vervuilen een CO2-heffing betalen, waardoor de goedkoopste reductieoplossingen worden gekozen en de klimaatrekening zo laag mogelijk is. Dan had de splijtzwam geen wortel kunnen schieten.

En als politici gewoon de doorrekening van het akkoord hadden afgewacht, hadden ze geweten dat de vereiste investeringen overzichtelijk zijn en de inkomenseffecten reparabel. Nu er waarschijnlijk een nationale CO2-heffing komt, kan een deel van de opbrengst worden gebruikt om te voorkomen dat de economische ongelijkheid toeneemt en lagere en middeninkomens een rekening krijgen die ze niet kunnen betalen. Deze inkomensgroepen besteden immers een groter deel van hun inkomen aan CO2-intensieve goederen.

Van politici mag, zeker in deze tijd van maatschappelijke verdeeldheid, verwacht worden dat ze zich inspannen voor toekomstwaardig klimaatbeleid waarin niet de vrees voor de rekening maar de verbindende kracht van de baten de boventoon voert.


Prof dr Barbara Baarsma is directievoorzitter Rabobank Amsterdam en hoogleraar toegepaste economie aan de UvA. Dit opiniestuk is gebaseerd op de lezing tijdens de NRC Live serie ‘De Pijn van de Energietransitie’ die zij gaf op 14 mei 2019 in Utrecht.