‘Money for nothing’ zit nieuwe Rembrandt in de weg

Zou Rembrandt van Rijn geholpen zijn geweest met een universeel basisinkomen? In dit drieluik [1] [2] over technologie, leren en sociale zekerheid is dit een relevante vraag. In de tijd van Rembrandt was er niet zoiets als het universeel basisinkomen. Er bestond überhaupt geen sociale zekerheid, enkel armenzorg hielp tegen het omkomen van honger. Waarom de vraag dan toch zo formuleren?

We  hebben het ook nu weer over hoe om te gaan met de gevolgen van de technologische revolutie. Het universeel basisinkomen (UBI) – een gegarandeerd minimuminkomen waar iedereen recht op heeft en dat voldoende is om een individu of gezin te laten overleven – komt momenteel in verschillende discussies naar voren als middel om de negatieve gevolgen van technologie, zoals arbeidsverlies, te ondervangen. UBI zou burgers bij baanverlies de tijd geven om te investeren in kennis die relevant is om te overleven.

Een fout salonfähig idee

Het UBI is onderwerp van een verhit debat. Een bepaalde periode klonk vooral de loftrompet hard, maar zelfs topeconomen zoals Daron Acemoglu (MIT) spreken zich inmiddels uit over de onmogelijkheid van een UBI of ‘verzwakte’ vormen hier van, waarbij het verkrijgen van inkomen gekoppeld is aan een vorm van participatie of inzet van de ontvanger. Onderzoek hiernaar is in volle gang, zoals aan de Universiteit van Turku (Finland).

Maar het UBI is gewoon een fout idee dat salonfähig is geworden na de publicatie van de even foute voorspellingen van Oxford University’ onderzoekers Carl Frey en Michael Osborne over een toekomst van massawerkloosheid: liefst 47% van alle banen in de Verenigde Staten zou, volgens het onderzoek, een grote kans maken om te verdwijnen als gevolg van Artificiële Intelligentie en robots. Redenen om nu het UBI in te stellen vanwege snelle ‘enge’ technologische ontwikkelingen en ‘wegautomatisering’ gaan volgens ons dus niet op. Technologie vernietigt geen banen, zoals voorspeld werd. Sinds de publicatie van het artikel van Frey en Osborne in 2013 is de werkgelegenheid vrijwel overal gewoon toegenomen.

Als technologie niet de impact heeft die was voorzien, waarom zouden we dan nu in een keer ons huidige sociale zekerheidssysteem overboord kieperen? Dit systeem is tot stand gekomen in een lange traditie van het subtiel afwegen van voor- en nadelen. Heel wat correcties zijn doorgevoerd, vooral via het democratisch debat erover. Moeten we dat niet juist koesteren?

“De werkende moet meer controle krijgen over technologie in zijn werkomgeving. Pas dan kan hij leren.”

Bal bij het individu?

Als we het niet over UBI moeten hebben, waar moeten we het dan wel over hebben? Als het gaat over de gevolgen van technologie wordt de bal vaak bij het individu gelegd. Het individu moet zelf investeren in scholing: jongeren moeten de juiste studiekeuze maken (lees: vooral kiezen voor techniek), werkenden moeten zich herscholen in toekomstvolle beroepen.

Als de onderzoekswereld niet in staat is om in te schatten welke beroepen en taken er precies verdwijnen, wat is dan toekomstvol? Wat weet het individu nu precies over welke vaardigheden morgen nodig zijn in het werk? Het is beter voor de werkende om in beeld te krijgen wat technologie nu doet. De werkende moet meer controle krijgen over technologie in zijn werkomgeving. Pas dan kan hij leren. In contact met technologie wordt zichtbaar welke kennis hij ontbeert. Zoals we al eerder bepleitten, meer greep krijgen op technologie is voor de werkende de motor van persoonlijke verandering.

“Geef ons de technologie, laat ons experimenteren en verkennen zodat we de grenzen van AI en robots ten goede kunnen verleggen.”

Experimenteren en verkennen

Vandaag zijn onze issues het omgaan met massawerkgelegenheid en de ongelijke toepassing van ons sociale zekerheidssysteem. Wat moeten we bijvoorbeeld met een miljoen zzp’ers die niet in dit systeem zitten? En wat betreft technologie, dan is helder dat we onvoldoende weten wat die doet: meer technologie is juist van belang, maar ook meer toegang tot en zeggenschap óver die technologie.

Het antwoord op onze startvraag is dan ook dat Rembrandt niet geholpen zou zijn geweest met een universeel basisinkomen. Rembrandt had er juist meer aan zijn talent te ontwikkelen in discussie en competitie met zijn leeftijdgenoten, te leren van zijn eigen leermeesters, maar vooral te ervaren wat zijn technologie – penseel, doek en verf – hem toeliet. Juist in het verkennen van de grenzen van de toenmalige technologie leerde hij wat hij nog moest leren en ontwikkelen. Zo is dat ook voor ons: geef ons de technologie, laat ons experimenteren en verkennen zodat we de grenzen van AI en robots ten goede kunnen verleggen.


Slot van een drieluik

Drie sprekers op het podium van NRC Live Future of Work schreven samen een drieluik. Dit is het slot, waarbij de auteurs ingaan op de zin en onzin van een discussie over het universeel basisinkomen. In het eerste artikel betoogden de auteurs dat we niet moeten blijven hangen in het voorspellen van de toekomst van werk, maar dat we nu samen aan de slag moeten om de gewenste toekomstige arbeidswereld vorm te geven. Het tweede artikel richtte zich op het anders organiseren van de arbeidsmarkt, met skills als basis.

Steven Dhondt 19 november te gast bij Future of Work!

Prof. Dr. Steven Dhondt is senior onderzoeker bij TNO en hoogleraar aan de KU Leuven, België. Zijn onderzoek richt zich op samenhang tussen nieuwe technologie en werkpraktijken. Dit werkgebied is bij uitstek het werkveld van futurologen en fantasten. Steven onderzoekt de zin en onzin in deze verhalen. In 2004 schreef hij een boek over mythen van de informatiesamenleving. Hij staat 19 november op het podium van NRC Live!