Kringlooplandbouw? Zoek de oplossing bij kringloopboeren

Minister Schouten heeft in september vorig jaar haar visie gepresenteerd op de toekomst van de landbouw in Nederland. Dat draait helemaal om kringlooplandbouw. De ambtenaren en de ketenvertegenwoordigers zitten echter nog met hun handen in het haar. Want hoe doe je dat precies, boeren volgens de principes van kringlooplandbouw?

Gelukkig zijn er boeren die al meer dan 20 jaar werken aan kringlooplandbouw. Wat zijn hun achterliggende principes? Daar gaat het om, want als je die kent kan je kringlooplandbouw in de praktijk brengen. Zo valt het op dat kringloopboeren heel bewust omgaan met hun eigen resources: bodem, voer, dieren, biodiversiteit, landschap, geld, etc. Helaas schatten wij in dat slechts 15% van de Nederlandse boeren kringlooplandbouw ook echt goed doorvoeren op hun bedrijven, ieder op zijn/haar manier.

De overgrote meerderheid van de boeren worden nog altijd door erfbetreders, maar ook door Wageningen en overheden, gestimuleerd zich steeds verder te specialiseren en vooral ook meer te investeren. Misschien logisch, want aan een betere benutting van eigen resources en een beter vakmanschap kan de toeleverende agribusiness steeds minder verdienen. Dit systeem hebben we gecreëerd en is succesvol geweest. Echter, het systeem van meer produceren tegen steeds lagere opbrengstprijzen loopt vast. Vooral omdat kwaliteit, biodiversiteit, het landschap en de plattelandseconomie nooit waren meegenomen.

Kringloopboeren daarentegen zijn eigenzinnige boeren die tegen de gangbare adviezen in, tegen de commercie in en soms ook tegen het beleid in gaan. Belangrijkste reden is dat zij zuinig willen omspringen met en zuinig zijn op hun eigen resources en hun focus vooral op de lange termijn gericht is. Een voorbeeld om dat te illustreren is de praktijk van de veevoeding: koeien eten voer wat wij niet kunnen eten zoals gras, natuurhooi, reststromen, en zetten dat om in hoogwaardig melk en vlees. De koe is een herkauwer en heeft met haar vier magen het meest geavanceerde maagdarmkanaal van alle dieren. Bacteriën in de pens van de koe breken moeilijk verteerbare celwanden van planten af en zetten dat om in vetzuren. De bacteriën zelf worden in de dunne darm opgenomen als microbieel eiwit, waardoor een koe met heel weinig eiwit toe kan. Het melkeiwit is ook het meeste waardevolle onderdeel van de melk. Maar in plaats van een zoektocht hoe een koe met een zo laagwaardige input zo veel mogelijk hoogwaardig melkeiwit kan produceren, waren het onderzoek en advies bezig met meer melkeiwit te produceren door het voeren van geconcentreerde (kracht)voeders en toevoegmiddelen. De inkomsten voor de toeleverende industrie is gegroeid, maar we zien een verslechterde kwaliteit van de bodem, monoculturen van grasland, import van krachtvoer vanuit verre landen en een korte levensduur van de koeien.

De koe levert een grote bijdrage aan de CO2 emissie. Methaanemissie uit die prachtige pens van de koe met al die bacteriën is daar verantwoordelijk voor. Methaan is een van de broeikasgassen en 34x schadelijker dan CO2. De oplossingen die voorgesteld worden zijn voorspelbaar: toevoegmiddelen aan het voer om de methaanproductie te verminderen en een hogere melkproductie per koe, want dat geeft per liter melk minder uitstoot.

CO2 vermindering

Een actueel voorbeeld is hoe in het gangbare systeem gestuurd wordt op de vermindering van CO2. De koe levert een grote bijdrage aan de CO2 emissie. Methaanemissie uit die prachtige pens van de koe met al die bacteriën is daar verantwoordelijk voor. Methaan is een van de broeikasgassen en 34x schadelijker dan CO2. De oplossingen die voorgesteld worden zijn voorspelbaar: toevoegmiddelen aan het voer om de methaanproductie te verminderen en een hogere melkproductie per koe, want dat geeft per liter melk minder uitstoot. En zoals u begrijpt past die boodschap perfect bij het agribuisnessmodel. De kringloopboeren weten al lang beter, zij streven er naar om zo veel mogelijk hoogwaardig melkeiwit te produceren op basis van laagwaardige input. Zij zetten niet in op topproducties per hectare of per koe. Ze waken over de kwaliteit van hun bodems, werken aan een hoge kwaliteit mest, fokken en selecteren andere koeien, stellen hun eigen rantsoenen samen, passen het goedkoop voer vanuit natuurlanden in, enzoverder. Dat maakt ze economisch ook nog eens een stuk robuuster.

Als je je opzoek gaat naar de kringloopboeren in de praktijk ontmoet je ook Jan Dirk en Irene van der Voort uit Lunteren. Zij werken zonder krachtvoer, kopen granen uit de omgeving waar weer stalmest naar terug gaat, ploegen niet meer. Hun dieren gaan vroeg in het jaar naar buiten en worden het grootste deel van het seizoen met 100 % vers gras gevoerd. De beweide percelen krijgen alleen stalmest in de winter, verder is de bemesting wat de dieren zelf brengen. Ze willen graag 100 % van het voer zelf telen; dus ook de granen en zoeken daarvoor nog grond in de directe omgeving die ook betaalbaar is. De bodem is de basis en dát koesteren Jan Dirk en Irene met hart en ziel. Omdat ze via klavers op een natuurlijke manier stikstof binden uit de lucht, is kunstmest overbodig. Ook is een diversiteit aan kruiden belangrijk voor de mineralenvoorziening van de dieren. Tevens zijn deze kruiden de natuurlijke ‘medicijnen’ voor de koeien, die precies weten welke ze het beste kunnen eten en wanneer.

Iedereen zal mee moeten werken aan consistente lange termijn duidelijkheid en doelen waarbinnen de boer weer met vreugde kan werken. Dit gaat allemaal niet vanzelf, het vergt eerder een kringlooprevolutie!

De kringlooprevolutie

De druk vanuit de maatschappij om integraal te verduurzamen neemt verder toe. De meeste boeren willen ook graag anders, maar zien niet hoe. Precies hier kan het Ministerie bij helpen. Wij bevelen daarom aan om het peloton van boeren te laten omschakelen naar een verbeterd integraal bedrijfsrendement wat meer gebaseerd is op vakmanschap, kennis en kunde. Daarvoor moet naast de boer tegelijkertijd de ‘omgeving van de boer’ mee veranderen om die ruimte te creëren. In die omgeving zitten beleid, de banken, de toeleverende industrie, de afnemers, de technologieleveranciers, de kennisinstituten, etc. Iedereen zal mee moeten werken aan consistente lange termijn duidelijkheid en doelen waarbinnen de boer weer met vreugde kan werken. Dit gaat allemaal niet vanzelf, het vergt eerder een kringlooprevolutie!

Allereerst is het belangrijk zo snel mogelijk tot een serie sleutel indicatoren voor kringlooplandbouw te komen. Een set van indicatoren die ook recht doen aan de integraliteit. Vervolgens moeten de beloningssystemen daarop worden aangepast. Op dit moment gebeurt iets dergelijks al in de zuivelketen via het onafhankelijk geborgde PlanetProof keurmerk. Overheden kunnen hier eenvoudig op aansluiten, bijvoorbeeld met het nieuwe GLB. Ook het onderwijs en de kennisinstellingen kunnen veel integraler gaan werken. En ook de NGO’s: die werken ook vaak vanuit “one issue” wat weinig recht doet aan de opgaven voor kringlooplandbouw. Formuleer gezamenlijk de doelen en laat boeren weer zelf beslissen over de inzet van hun eigen middelen.


Frank Verhoeven is eigenaar van agrarisch adviesbureau Boerenverstand en houdt zich al bijna 15 jaar bezig met kringlooplandbouw. Zo heeft hij recent Minister Schouten geadviseerd over de invulling van haar nieuwe landbouwvisie en ondersteunt hij nu bij de uitvoering er van. Tijdens AgriFood 2019 neemt hij je mee langs de toekomstige opgave voor een duurzame landbouw en gaat hij in discussie over betere mest, het optimale bouwplan en de nieuwe verdienmodellen die deze Minister graag ziet ontstaan. Verhoeven heeft veel kennis en ervaring vanuit de melkveehouderij. 


Foto Jan Willem Erisman

Prof. dr. ing. Jan Willem Erisman is directeur van het Louis Bolk Instituut en is professor aan de VU Amsterdam.

 

 

 


Agrifood 2019

De vraag naar een klimaatbestendig voedselsysteem is urgenter en noodzakelijker dan ooit voor AgriFood. Wil jij een beslissende rol spelen in de toekomst? Kom 6 juni dan ook naar dé AgriFood Conferentie over klimaatbestendig voedsel!

Meer informatie en tickets