Kijk niet naar reistijd om mobiliteit te verbeteren

Wie nog altijd denkt dat mobiliteit draait om zo snel mogelijk van A naar B te komen en vindt dat daar vooral veel asfalt voor nodig is, ziet niet dat we op deze manier een onleefbare wereld scheppen.

We kunnen nu eenmaal niet allemaal tegelijk de weg op. Het ‘asfaltdenken’ werd dit voorjaar al bekritiseerd door de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, maar over reistijd bestaat nog altijd het idee: hoe minder hoe beter. Is iedere ‘reisminuut’ er dan niet één teveel? Nee, niet als je naar de beleving van reistijd kijkt.

“Is iedere ‘reisminuut’ er dan niet één teveel? Nee, niet als je naar de beleving van reistijd kijkt.”

In veel binnensteden worden steeds meer plekken autoluw. Even daarbuiten lijkt de auto al snel onmisbaar en krijgt deze nog alle ruimte. Dit zie je terug in de investeringsstrategie van het Rijk, die zich met name richt op de reductie van reistijdverliesuren van de auto. Overheden op alle niveaus worstelen met de problematiek van dit denken, resulterend in geluidoverlast, uitstoot en congestie, en de daarbij horende (verborgen) kosten.

“Kijk niet naar reistijd om mobiliteit te verbeteren, zo stelt @naardhermans in zijn opiniestuk voor @nrclive”
Tweet this!

Toch is deze focus niet verwonderlijk, aangezien de auto de staat jaarlijks miljarden oplevert en de verborgen kosten voor het gemak niet worden doorberekend. Ook de consument ziet alleen maar voordelen; de auto is goedkoop en snel, toch? Dit zorgt ervoor dat de auto nog altijd als superieur vervoermiddel wordt gezien. Terwijl het dus uitzichtloos is om de auto voorrang te blijven geven. Om dit te doorbreken moeten we op een ander manier over reistijd gaan denken.

Reistijd is meer dan alleen verloren tijd

Mobiliteit moet snel zijn want tijd is schaars. Dit mantra – de 130 km/h regel is hier een klassiek voorbeeld van – is helaas nog alom aanwezig. Maar welke tijd is schaars? De tijd die je zoekt om te ontspannen, te lezen, of die je hebt om te sporten? Juist de uren die je in de auto spendeert (gemiddeld 40 minuten per dag) kan je als verliesuren beschouwen.

Alternatieven als openbaar vervoer en fiets kunnen in sommige gevallen meer tijd in beslag nemen, maar die tijd kun je vaak wel nuttiger gebruiken. Lichaamsbeweging tijdens het fietsen of op de trap naar het perron kunnen we als reistijdwinsturen beschouwen, want wie meer beweegt, leeft gezonder en gelukkiger. En waarom zou een uur lezen, dagdromen of je mail wegwerken in de trein verloren tijd zijn?

“Waarom zou een uur lezen, dagdromen of je mail wegwerken in de trein verloren tijd zijn?”

De werkelijke reistijd die je kwijt bent om te reizen (overstappen, fiets stallen etc.) wordt dan enorm verkort als je ziet dat je onderweg hele nuttige dingen kunt doen. Deze manier van denken vraagt om een nieuwe beoordeling van de tijd die mobiliteit mag kosten. Hierdoor wordt het voor duurzame vervoermiddelen makkelijker om de juiste waardering te krijgen. Ze bieden op veel vlakken oplossingen die onze mobiliteit kan verbeteren. Het Rijk zal dus in hun investeringsoverwegingen verder moeten kijken dan alleen reistijd.

Gewoontegedrag doorbreken

Maar de verantwoordelijkheid hiervoor alleen bij de overheid leggen zou niet fair zijn. Want uiteindelijk zijn er elke dag 8,1 miljoen mensen die zelf een keuze hebben hoe ze de weg op gaan. En natuurlijk wil ook iedereen zijn tijd nuttig besteden. Maar toch lukt dat vaak niet. We zijn immers gewoontedieren en het kost ons vaak teveel moeite van ingesleten gedrag los te komen. Dat gaat alleen lukken door in te zetten op gedragsverandering.

Met name bij regelmatige trips, zoals woon-werk verkeer, bieden gedragscampagnes veel kansen. Veel werkenden gaan nu elke dag met de auto naar hun werk, en doen dit al jaren, ook al is dit voor hen misschien niet de beste optie. En meer dan de helft van alle autokilometers in Nederland wordt betaald en gestuurd door werkgevers, denk aan reisvergoedingen, werktijden, locatiekeuze, parkeerbeleid etc.

Het levert op korte termijn heel veel voordeel op om – samen met werkgevers – werknemers te verleiden om andere keuzes te maken en de standaard keuze van de auto te vervangen voor een duurzaam alternatief. Het potentieel van deze baten is niet gering: zo kan 1% minder werkgerelateerd autogebruik leiden tot zo’n 3% minder congestie.

“1% minder werkgerelateerd autogebruik leidt tot zo’n 3% minder congestie”

Dit kan bijvoorbeeld doormiddel van gedragscampagnes zoals Low Car Diet, die reizigers de voordelen laten ervaren van een maand duurzaam reizen door bijvoorbeeld een (elektrische) fiets of het OV te proberen. Deze aanpak zorgt bij veel deelnemers voor een omslag in hun reiskeuze, ondanks een toename in hun reistijd. Het CPB heeft het structurele effect onderzocht en vond een blijvende afname in autokilometers van 30%.

Bedrijven hebben dus een belangrijke positie binnen het mobiliteitsvraagstuk. Wanneer hun werknemers inzien dat de snelste de reistijd niet leidend hoeft te zijn in hun vervoerskeuze neemt het gebruik van alternatieven toe. En meer vraag zal ook leiden tot slimmere diensten, betere infrastructuur en meer innovatie in die sectoren. Dit zorgt dus voor een directe verbetering van het aanbod en dus weer het gebruik van duurzaam vervoer en betere bereikbaarheid. Laten we daar met z’n allen voor in beweging komen.


Naard Hermans heeft als directeur van Stichting de Reisbeweging het doel om op verschillende manieren mobiliteit te verduurzamen, en leefbaarheid en bereikbaarheid te bevorderen.


[cta titel=”Bekijk serie” link=”https://nrclive.nl/mobiliteit/” doel=”_self” /

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!