Impact én verdienen: best lastig

Als oprichter van een groeiende sociale onderneming is het onontkoombaar om behoorlijk wat tijd door te brengen in strategische sessies. Voor degenen die geen genoeg kunnen krijgen van het (her)definiëren van missies, van (liefst eindeloze) discussies over ‘visie’ en van roapmaps: ik ben op dit moment in jullie hemel.

Een belangrijke vraag voor elke volwassen wordende organisatie is: “Wat voor soort bedrijf zijn wij en wat drijft ons?”. Deze vraag speelt denk ik nog wat fanatieker voor ‘circulaire’ bedrijven die impact proberen te combineren met handel. Ik wil delen hoe wij tot een antwoord komen. En hoe die poging het inzicht gaf dat een land als Nederland het extra moeilijk zal hebben om circulair te worden.

“Impact maken én geld verdienen. Dat het best lastig kan zijn laat @jkluiver zien in zijn opiniestuk dat hij schrijft in aanloop naar de circulaire middag @nrclive”
Tweet this!

Poging 1: een walhalla?

In mijn bubbel hoor ik vaak mensen praten over hoe circulariteit onze wereld gewoon, tja.., goed, of eigenlijk.., perfect maakt. We zullen allemaal leven zonder afval, er zal geen (materiële) schaarste meer zijn: walhalla! (hoera!). Enige probleem: dit zal ergens rond 2050 zijn…

Dus je zult begrijpen dat dit voor een semi-activist (zoals ik) nogal onbevredigend is. Best leuk hoor, af en toe dit soort abstracte overheids- of sectorplannen te horen of lezen. Maar in mijn sector is het best gênant om het daar al te veel over te hebben, als je je bedenkt wat er as we speak op plekken als Agbogbloshie gebeurt met afgedankte elektronica (google maar even; niet best).

“Van de twee miljard telefoons die elk jaar over de hele wereld worden verkocht, worden slechts een paar honderd miljoen behoorlijk gerecycled”

Iets minder walhalla, dus: van de twee miljard telefoons die elk jaar over de hele wereld worden verkocht, worden slechts een paar honderd miljoen behoorlijk gerecycled. Met dit gegeven kan je een paar dingen doen. Bijvoorbeeld: niet meer ‘Agbogbloshie’ googlen. OK, iets actiever dan: een stichting opzetten om Afrikaans elektronisch afval in te zamelen. Dat deed ik in 2012. Om vervolgens te doen wat de meeste stichtingen doen: je bezig houden met het probleem (in de vorm van: “E-waste, pas op!”, of “Jongens, we moeten meer recyclen”). We waren geen Greenpeace, maar heel inspirerend was het ook niet, onze betuttel-benadering. Maar nog veel erger: het motiveerde niemand om te veranderen. En ons verhaal bleek nogal vergelijkbaar met het onderzoek dat al 15 jaar (hier mag een uitroepteken achter) dezelfde conclusies trok: e-waste in ontwikkelingslanden neemt snel toe, het veroorzaakt veel problemen en we moeten er iets aan doen…

Poging 2: een hoera vanuit milieuperspectief

Poging twee was in 2014. In dat jaar begon ik een sociale onderneming met als core business: verantwoorde juiste recycling van Afrikaanse afvaltelefoons. Onze aanpak was vrij eenvoudig. We kopen samen met onze Afrikaanse partners e-waste en schakelen daar degenen voor in die er het meest baat bij hebben: de lokale informele sector. We verzamelen van particulieren, reparatiebedrijven, afvalverzamelaars, scholen, kerken en iedereen die geld wil verdienen met het voorkomen dat dit afval gedumpt of verbrand wordt. Gevolg: afvaltelefoons worden omgezet in Afrikaanse inkomsten en banen. En het aantal beschikbare telefoons bleek enorm. Alleen al in Afrika gaan jaarlijks honderden miljoenen telefoons kapot, terwijl er geen recyclingfaciliteit is, op het hele continent (weer uitroepteken).

“Alleen al in Afrika gaan jaarlijks honderden miljoenen telefoons kapot, terwijl er geen recyclingfaciliteit is, op het hele continent!”

Dus, hoera: veel afvaltelefoons inzamelen! Geweldig, toch? Nou, vanuit milieuperspectief; ja! Er werden al twee miljoen oude telefoons verzameld. Maar vanuit het perspectief van de centjes: ik kon wel janken… Er werd behoorlijk veel geld verbrand, vanwege de investeringen die nodig zijn voor lokale en internationale logistiek, training en ondersteuning van onze partners en hun netwerken en om te voldoen aan internationale wetten. Het werd duidelijk dat ons bedrijfsmodel – afval kopen en het verkopen voor de metalen – niet werkte.

Poging 3: een concept recyclen

Dus: terug naar de tekentafel en een nieuwe manier bedenken om niet afhankelijk te worden van donaties. Maar in de tussentijd hadden we een paar belangrijke lessen geleerd. We wisten al wel dat we waarde creëerden, maar we moesten erachter komen voor wie…

Sinds 2016 experimenteren we met ‘circulaire diensten’. Doel was om te zorgen dat klanten bij kunnen dragen aan een closed loop voor mobiele telefoons. Klanten die telefoons verkopen of gebruiken en iets willen doen aan de negatieve effecten daarvan. Want dat mijn sector bijdraagt aan meer grondstoffenschaarste en het feit dat elektronisch afval de snelst groeiende afvalstroom ter wereld is, weten we allemaal. Daarbij gingen we voor de Steve Jobs methode: we kopieerden een concept, in dit geval van CO2compensatie (je weet wel: ‘neem het vliegtuig, plant een boom’). Daarna haalden we de complexiteit van CO2 eruit (hè? ‘neem het vliegtuig, plant een boom’.., waar slaat dat op?) en gingen voor tastbaar en aantrekkelijk:  ‘koop jij nieuwe telefoon, dan recyclen wij voor jou een Afrikaanse afvaltelefoon; One for One’.

Een andere belangrijke output die we over het hoofd hadden gezien: wij zijn goud (en zilver, koper etc) producent. (Onderzoek toont aan dat ongeveer 7% van de totale goudvoorraad in de wereld in onze elektronica zit.) En niet zo maar een producent: ‘onze’ zijn conflictvrij, verminderen vervuiling (in plaats van het te veroorzaken), hebben een extreem lage CO2 footprint, zijn zeer sociaal en ‘fair chain’. Nu kan er best een hoop beter in de mijnbouw. En dat vinden bedrijven die metalen in hun producenten gebruiken – van sieraden tot elektronica – ook. Wij helpen hun nu hun productieproces te verduurzamen, en zo een meer onderscheidend product te maken.

Poging geslaagd: succesvol impact maken

Dus dit bleek ons ​​bedrijfsmodel te zijn: Afrikaanse telefoons verzamelen namens onze klanten, waardoor het afval wordt omgezet in een positieve impact (die een negatieve impact compenseert), Afrikaanse banen en inkomsten en unieke, urban mined metalen.

“Afrikaanse telefoons verzamelen namens onze klanten, waardoor het afval wordt omgezet in een positieve impact”

Als gevolg daarvan wonnen we dit jaar Circular Award en werden geselecteerd als finalisten voor de Dubai 2020 Expo. We zijn wereldwijd in de media te zien geweest. Onze aanpak is in internationale onderzoeken als best practice bestempeld en gepresenteerd voor werkgroepen van de VN, de EC en het World Economic Forum.

Maar waarom werkt dit? Is het omdat Afrika ‘aaibaar’ is? Omdat iedereen wel ‘iets heeft’ met mobiele telefoon? Ik denk dat het komt omdat er voor ontwikkelende landen geen alternatief is voor circulair. Er staan geen extreem dure afvalverbrandingsovens. Er is geen moordende concurrentie op gesubsidieerde afvalinzameling. Onze miljardeninvesteringen in de lineaire afvalverwerking zijn daar achterwege gebleven. Best bagger voor de huidige staat van hun recyclingsector. Maar een veel betere basis voor investeringen in de circulaire economie.


Joost de Kluijver is de oprichter van Closing the Loop (CTL), een bedrijf dat het gebruik van mobiele telefoons circulair maakt voor klanten als T-Mobile, KPMG en Centralpoint. Inmiddels zijn ruim twee miljoen toestellen van de vuilnisbelt gered. Joost heeft ook gewerkt voor Accenture en het Global Reporting Initiative.


In aanloop naar de circulaire middag van NRC delen wij regelmatig opiniestukken van onze sprekers

Bekijk event

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!