Gezonde leefstijl op school: investeren in gezondere en fittere kinderen

Met goed onderwijs bieden we kinderen de kans om zo goed mogelijk te kunnen functioneren in de maatschappij. Natuurlijk horen daar taal- en rekenvaardigheden bij, evenals kennis over biologie, geschiedenis en aardrijkskunde. Ook is het aanleren van sociale vaardigheden gebeurt voor een groot deel in de klas. Maar dat is niet alles. Kinderen worden ook geacht later verstandige keuzes te kunnen maken die goed zijn voor hun eigen gezondheid, het milieu en de maatschappij. En scholen hebben daarin een grotere rol dat zij nu nemen.

In het onderwijs en in de politiek wordt vaak gedacht dat deze specifieke kennis en vaardigheden over voeding en leefstijl tot de opvoedtaak van de ouders behoort. Helaas zijn deze kennis en vaardigheden van ouders vaak beperkt. Dit is niet verwonderlijk want het hebben en aanleren van een gezonde leefstijl is in onze huidige omgeving geen gemakkelijke opgave aangezien onze omgeving vooral uitnodigt tot het maken van ongezonde keuzes.

De voedselomgeving telt

Het voedselaanbod en onze voedselomgeving zijn in een enkele generatie in omvang en complexiteit enorm toegenomen, evenals de inzichten over een gezonde groei en ontwikkeling van kinderen. Van lichamelijke activiteit wisten we al heel lang dat het van groot belang is voor een gezond lichaam en een gezonde geest, maar ook de gymles staat steeds meer onder druk. Kinderen moeten volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen elke dag minstens een uur per dag matig intensief actief zijn. Daarnaast wordt aangeraden zo weinig mogelijk stil te zitten.

De meeste kinderen hebben 10 minuten om te eten en gaan dan snel door naar buiten. Om rustig te kunnen eten en lekker buiten te spelen is dat natuurlijk veel te kort.

Aandacht voor een gezonde leefstijl op school lijken we echter niet erg belangrijk te vinden. Bij het invoeren van het continurooster is er halverwege de schooldag (doorgaans van 8.30 tot 14.30) een half uur ingeruimd voor buiten spelen en eten. Maar die tijd moet tegelijkertijd educatief ingevuld worden dus meestal staat het Jeugdjournaal aan op de achtergrond. De meeste kinderen hebben 10 minuten om te eten en gaan dan snel door naar buiten. Om rustig te kunnen eten en lekker buiten te spelen is dat natuurlijk veel te kort.

Er zijn wel lessen over gezonde voeding zoals Smaaklessen, maar lang niet alle scholen kunnen of willen deze lessen gebruiken. Juist op scholen waar al veel aandacht is voor een gezonde voeding worden deze lessen ingezet. Dit heeft tot gevolg dat juist de kinderen die er het meeste baat bij hebben verstoken blijven van deze kennis en vaardigheden. Hierdoor nemen de gezondheidsverschillen al op jonge leeftijd toe.

Meer tijd voor gymlessen en voor meer gelegenheden om te bewegen tijdens en tussen de lessen zijn daarbij ook belangrijk. En dit moet natuurlijk niet allemaal op het bordje komen van de docent, hiervoor is structurele inzet nodig.

Het kan anders

In maart 2014 heeft het Europees Parlement besloten dat alle kinderen in Europa op school ‘culinaire kennis en vaardigheden’ dienen op te doen. Dat hoort, zo besloot het Parlement, tot het ‘gastronomisch erfgoed’. Als de overheid meent dat burgers zelf in staat moeten zijn om culinaire kennis en vaardigheden op te doen, dan moeten zij kinderen hierbij wel hulp bieden. Schooltuinieren, kooklessen, smaaklessen en het bieden van een gezonde schoollunch kunnen daaraan bijdragen. Meer tijd voor gymlessen en voor meer gelegenheden om te bewegen tijdens en tussen de lessen zijn daarbij ook belangrijk. En dit moet natuurlijk niet allemaal op het bordje komen van de docent, hiervoor is structurele inzet nodig. Uit onze onderzoeksprojecten en uit ervaringen uit het buitenland blijkt dat dat prima te realiseren valt. Diverse onderzoeken zoals De Gezonde Basisschool van de Toekomst in Limburg, “Gezond eten op school”, evaluaties van “Smaaklessen” en verschillende beweegprogramma’s laten zien dat aandacht voor gezonde voeding, aanbod van gezonde voeding en meer bewegingsonderwijs leiden tot gezondere kinderen die gezonder eten en zich beter kunnen concentreren op school. Ook zijn de docenten enthousiast, ze zijn tevreden over hun werkdag en blij met dat extra’s dat ze hun leerlingen kunnen bieden. Een win-win situatie dus. De resultaten en ervaringen van deze onderzoeken plaveien de weg naar een andere, hernieuwde blik op de plek van voeding en gezondheid in het onderwijs.


Jaap Seidell is hoogleraar Voeding en Gezondheid aan de VU Amsterdam. Hij heeft ruim 35 jaar ervaring met het doen van onderzoek op het terrein van voeding en gezondheid. De laatste decennia richt hij zich vooral op de factoren die betrokken zijn bij de rol van voeding bij een gezonde groei en ontwikkeling van kinderen en adolescenten.

Ook benieuwd naar de pilots en wat het pleidooi betekent voor docenten en het onderwijs? Tijdens NRC Live Toekomst van Onderwijs gaat Jaap Seidell in gesprek over de onderzoeksresultaten.