Energiemaatregelen als middel en niet als doel vergroot kans op succes energietransitie

Bewoners moeten ‘van het gas los’ en veel energie gaan besparen in hun woningen. Dat gaat ze geld kosten en de directe voordelen zijn onduidelijk. Niet onlogisch dus dat er veel weerstand is tegen ‘de energietransitie’. Is het überhaupt mogelijk om enthousiasme te creëren? Jazeker, als energiemaatregelen worden ingezet om andere, meer verleidelijke, doelen te bereiken, neemt de kans op enthousiasme toe. Wie energiemaatregelen inzet als middel in plaats van als doel vergroot, paradoxaal genoeg, ook zijn of haar kans de energiedoelen te bereiken.

Maar hoe doe je dat? Energiemaatregelen als middel inzetten om de woonomstandigheden van mensen te bevorderen? Ten eerste door heel goed na te gaan wat er leeft bij bewoners. Als het plan is een wijk van het gas af te halen bijvoorbeeld, besteed dan heel veel tijd en aandacht aan het inventariseren van hetgeen er speelt in die wijk. Is er sprake van verwaarloosd groen, van ‘enge plekken’? Is er veel werkeloosheid of eenzaamheid? Is er een tekort aan parkeerplaatsen? Zijn bewoners al actief? En zo ja, in welke vorm? Wat is de staat van de woningen? Kortom; zoek heel grondig naar mogelijke linkjes die met de energietransitie te leggen zijn. Want oog voor wat speelt bij mensen vormt de zogenaamde ‘derde succesfactor’ van renovaties met energieambities. Natuurlijk is betaalbaarheid belangrijk, en goed functionerende techniek ook (de twee andere succesfactoren) maar de andere belangen van bewoners zijn dat ook. Die tegelijkertijd met het treffen van energiemaatregelen behartigen. Dat is de kunst en de sleutel tot succes.

Abstract? Er zijn praktische voorbeelden te over. Ten eerste, heel concreet, buitengevelisolatie kan leiden tot bredere vensterbanken die de woning van binnen volgens veel bewoners een gezelligere uitstraling geven. Diverse projecten van de Stroomversnelling waarbij woningen werden aangepakt door ze als het ware ‘in te pakken’ , toonde aan dat juist deze esthetische verandering de bewoners over de streep trok. En wijkbedrijf Bilgaard in Leeuwarden koppelt de opgave om woningen in de wijk met dezelfde naam energiezuiniger te krijgen aan de uitdaging van een kindvriendelijke openbare ruimte, meer werk en gezondere bewoners. Het is bekend dat bewoners erg aan de kwaliteit van hun woonomgeving hechten. Ter illustratie; vrijwel altijd bepaalt de locatie meer dan de helft van de vierkante meter prijs. Dan is het toch niet logisch de energietransitie alleen op de woningen te richten? Doel is toch het klimaatprobleem aan te pakken? Als gemeenten bij hun wijkenaanpak ook gelijk het openbaar gebied klimaatbestendiger maken, worden meerdere vliegen in één klap geslagen. Bewoners hebben niet langer het idee dat alleen zij voor de klimaatopgave moeten opdraaien en de wijk krijgt een aanzienlijke kwaliteitsimpuls. Immers, klimaatbestendig maken van de woonomgeving betekent meer zacht oppervlak, dus groen in de wijk, en meer waterbuffers. Iets waarvan uit allerlei onderzoeken blijkt dat bewoners dat erg waarderen. Ook blijft dan de straat begaanbaar na een heftige regenbui. Eveneens meer woongenot dus. En wanneer vanwege bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet de straat toch opengelegd moet worden waarom dan ook niet het parkeerprobleem aanpakken of andere zaken die spelen in het openbaar gebied? Ook kan de noodzaak van elektrisch koken, een gevolg van het verdwijnen van aardgas uit woningen, aangegrepen worden voor wijkgerichte cursussen ‘koken op elektra’ waardoor bewoners elkaar beter leren kennen en mogelijk de sociale cohesie toeneemt in de wijk.

“Omarm de complexiteit” en “Vertragen om te kunnen versnellen”, zouden daarom wat mij betreft de mantra’s van de energietransitie in wijken mogen zijn.

Het klinkt zo logisch, de koppeling maken met dat wat bewoners echt belangrijk vinden, maar de praktijk is vaak weerbarstig. Waarom? Omdat het tegen de gebruikelijke wijze van werken in gaat. We zijn geneigd complexe opgaven als de energietransitie te versimpelen en terug te brengen tot een technische en rekenexercitie omdat het dan goed te overzien is. De hier bepleite aanpak vraagt echter om verbreding van de opgave. Om dat wat al complex is nog een stuk complexer te maken. Omdat juist in die complexiteit de kansen liggen om verbanden te leggen. Er is dus moed voor nodig om op deze wijze te werken. Moed om breder te kijken dan gebruikelijk, over bestaande schotten heen te stappen en met partijen waarmee niet eerder werd gewerkt tot andere oplossingen te komen dan gebruikelijk. Een dergelijke benadering van de energieopgave in wijken kan het behalen van de energiedoelen aanzienlijk versnellen. Want de tijd nemen om te achterhalen wat voor bewoners belangrijk is en daarin investeren verkleint de kans op weerstad aanzienlijk. Weerstand wegnemen als deze er eenmaal is, is een tijdrovende kwestie. “Omarm de complexiteit” en “Vertragen om te kunnen versnellen”, zouden daarom wat mij betreft de mantra’s van de energietransitie in wijken mogen zijn. En kantel de boodschap; We gaan de wijk mooier maken dankzij het treffen van klimaatmaatregelen. Wie kan daar nu op tegen zijn?


Anke van Hal is Professor Sustainable Building & Development Nyenrode en is spreker op de tweede avond van de NRC Live serie ‘De Pijn van de Energietransitie’

 

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!