Duurzaam ondernemen: willen is kunnen

Alles kan: je DNA-profiel aflezen met een goedkoop apparaat, een sonde op Mars laten landen, met je telefoon een selfie naar de andere kant van de wereld sturen. Ook op het gebied van duurzaamheid zijn de mogelijkheden onbeperkt: materialen zonder kwaliteitsverlies jarenlang hergebruiken, gratis energie uit zonlicht winnen, huizen verwarmen zonder gas. Alles kan. Willen we het ook?

“De kantelpunten naar een nieuwe economie liggen binnen handbereik. We hoeven alleen nog maar te willen. Lees opiniestuk @mvonederland @nrclive”
Tweet this!

De noodzaak voor duurzaam ondernemen staat inmiddels als een paal boven water. Dankzij ons inefficiënte economische systeem wordt een groot deel van de grondstoffen die we gebruiken na heel even in een product te hebben gezeten definitief weggesmeten. Dat afval belandt vervolgens op onhandige plaatsen zoals in de oceaan, ergens in de bodem of in de lucht, zodat opruimen heel moeilijk is en veel geld kost.

De noodzaak voor duurzaam ondernemen staat inmiddels als een paal boven water.

Dat moet natuurlijk anders, maar ondanks de jarenlange discussie over duurzaamheid schiet het nog niet erg op met het vergroenen van de economie. Eén aarde is allang niet meer genoeg om de boel draaiende te houden. Earth Overshoot Day, de dag waarop we ons jaarlijkse quotum aan grondstoffen verbruikt hebben, valt ieder jaar bijna een week vroeger – in 2017 op 2 augustus. De rest van het jaar leven we op de pof en teren we in op de toekomst.

Minder slecht is niet goed genoeg

Een heel klein beetje duurzamer werken zet dus geen zoden aan de dijk. Minder slecht is niet goed genoeg. Met ambities als “volgend jaar gaan we 2 procent minder energie verbruiken” of “in de toekomst willen we dat de helft van onze productie circulair is” gaan we het niet redden. De lat moet omhoog. Problemen als vervuiling, klimaatverandering, armoede en uitputting moeten opgelost worden.

Een heel klein beetje duurzamer werken zet dus geen zoden aan de dijk. Minder slecht is niet goed genoeg.

En dat kan ook. Technologisch is het prima mogelijk om energieneutrale gebouwen neer te zetten, producten zo te ontwerpen dat ze volledig gedemonteerd en hergebruikt kunnen worden of om kleding te produceren zonder onderbetaalde Aziatische meisjes. Sterker nog: de innovaties gaan zo snel dat je hard moet lopen om het overzicht te behouden.

We weten waar we heen moeten

Ook financieel is er eigenlijk geen enkele belemmering om radicaal te verduurzamen, en niet alleen omdat de wereldeconomie momenteel floreert. Vervuilende en onzuinige producten kunnen eigenlijk alleen met duurzame producten concurreren omdat de kosten voor de ellende die ze veroorzaken niet betaald hoeven worden. Was dit wel het geval, dan was het snel afgelopen met spullen die snel stuk gaan, grondstoffen verspillen of leiden tot de uitstoot van CO2 of fijnstof.

Ook financieel is er eigenlijk geen enkele belemmering om radicaal te verduurzamen

Financieel en technisch zijn er geen onoverkomelijke hindernissen, en er is ook geen onduidelijkheid over hoe het wél zou moeten. De economie die we willen hebben is klimaatneutraal, circulair, inclusief en heeft eerlijke handelsketens. Hoe de wereld er idealiter uitziet in 2030 weten we ook: dat staat nauwkeurig beschreven in de 17 Sustainable Development Goals die de Verenigde Naties in 2015 vastgesteld hebben. En dat is geen vaag of ambtelijk overheidsdocument: bedrijven waren volop betrokken bij de totstandkoming van die werelddoelen en de targets zijn glashelder en meetbaar beschreven. Die werelddoelen bepalen de opdracht aan het bedrijfsleven.

De economie die we willen hebben is klimaatneutraal, circulair, inclusief en heeft eerlijke handelsketens.

En hoewel de economie als geheel nog behoorlijk ouderwets lineair is, veel fossiele brandstoffen verstookt en heel veel mensen in Nederland en in buitenlandse productielanden geen welvaart kan bieden, zijn er ook bedrijven die laten zien dat het wél kan. Dat zijn bedrijven die echt verduurzaming wíllen. Die geen smoesjes willen gebruiken in de trant van ‘ik zou wel willen, hoor, maar ik kan niet’ – meestal aangevuld met allerlei argumenten die moeten aantonen dat iemand anders eerst moet veranderen.

Coalition of the willing

De bedrijven in deze ‘coalition of the willing’ zijn grofweg te herkennen aan drie kenmerken.

  • Positieve impact. In de eerste plaats zijn ze gericht op het oplossen van maatschappelijke problemen. Ze streven naar positieve impact, en dat is wezenlijk anders dan alleen schade beperken. Een ‘netto positief resultaat’ is bij ondernemers vaker het doel als het gaat om financiën: “Ik zit hier niet om kosten te besparen, maar om geld te verdienen” – dat werk. Koplopers willen geen klimaatneutrale gebouwen, maar kantoren die energie opwekken. Ze streven niet naar minder afval, maar vissen het plastic uit de oceanen op. Ziekteverzuim vinden ze een saai thema, talentontwikkeling is veel interessanter. Geen doekjes voor het bloeden, maar échte oplossingen.
  • Bedrijven die hun blik op de toekomst gericht hebben, snappen dat je met incrementele aanpassingen ver kunt komen, maar niet ver genoeg. Daarom geven ze ruim baan aan innovatie, creativiteit, intern ondernemerschap en samenwerking. Ze zoeken naar partners in het bedrijfsleven, de wetenschap, bij overheden en actiegroepen om samen nieuwe wegen te bewandelen en echte oplossingen te ontwikkelen.
  • Ondernemingen die willen werken in de nieuwe economie zijn niet bang uit te komen voor hun idealen. Ze slagen erin medewerkers en klanten te enthousiasmeren met een positieve, optimistische visie. Ze leveren niet alleen producten en diensten, ze hebben ook een duidelijke identiteit, ze staan ergens voor. Ze laten zien dat ze een waardevolle rol willen spelen in de samenleving, een die verder gaat dan zoveel mogelijk geld verdienen voor de aandeelhouders. Aan dit soort organisaties met een purpose wil je de toekomst van je kinderen toevertrouwen.

De kantelpunten naar de nieuwe economie liggen binnen handbereik. We hoeven het alleen nog maar te willen.

Alles kan. Technisch zijn er geen belemmeringen, en economisch ook niet. We weten waar we naartoe moeten. De kantelpunten naar de nieuwe economie liggen binnen handbereik. We hoeven het alleen nog maar te willen.


Maria is directeur-bestuurder van MVO Nederland. Ze is sinds 2001 ondernemer, met jarenlange ervaring in het bedrijfsleven bij Randstad, Bloemenveiling Flora Holland en Rabobank. Haar levensmotto: ‘Stel je doelen groot, dan mis je ze niet’. MVO Nederland en De Groene Zaak hebben samen met 2500 aangesloten organisaties een stevige ambitie: een omslag naar de nieuwe duurzame economie uiterlijk in 2025.


In aanloop naar Impact Day delen wij regelmatig opiniestukken van onze sprekers.

Bekijk Programma