Burn-out bij zorgverleners kan de zorg fataal worden

Steeds meer zorgverleners lijden aan burn-out, wat deels veroorzaakt wordt door onhandige elektronische medische systemen. Dit kan veranderen als zorgverleners ook zelf beter ondersteund worden om hiermee om te gaan.

We worden steeds meer opgejaagd op het werk om uitzonderlijke prestaties te leveren wat kan leiden tot burn-out. Vanaf 2022 neemt de Wereldgezondheidsorganisatie burn-out zelfs op als een belangrijk probleem (NRC, 22 juli 2019). Bijna de helft van de zorgverleners in Nederland heeft last van op zijn minst één symptoom van burn-out, dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van 2018. Hierdoor blijven 6,5% van de zorgverleners thuis. De zorg sector scoort hierbij het op een na slechtst van alle sectoren, alleen het onderwijs doet nog slechter. Maar, waarom hebben uitgerekend onze maatschappelijke helden zelf zoveel last van burn-out?

In de zorgsector zie je de zwarte schaduw van burn-out nauwelijks passeren omdat er subtiele krachten aan het werk zijn. Traditioneel zei men dat de oorzaak vooral lag bij de individuele zorgverleners, maar het wordt steeds meer duidelijk dat ook externe factoren meespelen. Er is een grote externe druk van de patiënt, de zorgverzekeraar, de overheid en de maatschappij op de zorgverlener. Maar, als we naar de directe werkomgeving van artsen zelf kijken, dan zien we al snel dat er twee minder besproken zaken aan het licht komen.

Haantjes, hennen en de schreeuw van elektronische systemen

Enerzijds is er een enorme competitie tussen zorgverleners onderling , anderzijds is er een hele grote administratieve last die de beleving voor zorgverleners volledig verandert (zie de paper ‘Burnout among docters’). Het haantjes en hennen gevecht onder artsen zorgt voor een klimaat waar ze systematisch leren om zich niet kwetsbaar op te stellen onder elkaar, waardoor het welzijn niet wordt besproken. Is het dan nog verwonderlijk dat de burn-out epidemie al merkbaar is bij artsen starten die nog aan hun vervolg opleiding moeten beginnen?

Daarnaast schreeuwen elektronische systemen, zoals het elektronisch medisch dossier, constant om aandacht van de zorgverleners. Ze zijn immers verplicht om alles elektronisch vast te leggen zelfs voordat alledaagse procedures kunnen worden uitgevoerd. Een hartscan moet bijvoorbeeld eerst in het systeem worden “besteld” via omslachtige formulieren.  Uit recente studies blijkt dat zorgverleners tot de helft van de dag besteden met elektronische formulieren invullen die heel ongebruiksvriendelijk zijn.

“Moest ik vandaag beginnen als arts in opleiding dan zou ik niet weten hoe ik mijn patiënten zou kunnen behandelen en tegelijkertijd al die computersystemen zou moeten bijhouden”

Nevenwerkingen van e-Health

Het is natuurlijk lovenswaardig dat we proberen een goed functionerend eHealth systeem te ontwikkelen, maar het is al jaren duidelijk dat bepaalde nevenwerkingen van die systemen nefast zijn voor de zorgverleners. Bij veel artsen begint de frustratie hoog op te lopen. Een afdelingshoofd vertelde mij: “Moest ik vandaag beginnen als arts in opleiding dan zou ik niet weten hoe ik mijn patiënten zou kunnen behandelen en tegelijkertijd al die computersystemen zou moeten bijhouden”.

Een studie toonde aan dat het gebruik van de elektronische administratiesystemen voor artsen het risico tot 30% verhoogt op burn-out. Fundamenteel zit hier de uitdaging voor zorgverleners. Doordat ze heel de dag elektronische formulieren invullen, is er amper nog tijd voor het “echte” werk met patiënten, wat ze namelijk juist heel graag doen. Het gesprek dat de arts normaal zou voeren met de patiënt, wat veel voldoening zou geven, wordt plots erg ongemakkelijk als de arts de hele tijd naar een scherm moet staren.

Tijd om welzijn te bespreken

In de eerste plaats is er een hoge nood aan een systematische oplossing die zorgverleners ondersteunt, de professionele cultuur verbetert en de organisatie op het juiste spoor brengt. Zorgverleners kunnen zelf ook het heft in handen nemen om beter te kunnen omgaan met deze uitdagingen en zo burn-out te voorkomen. In de eerste plaats is het belangrijk dat er tijd is voor zorgverleners om hun welzijn te bespreken. Als praktisch filosoof heb ik verschillende oefeningen uitgewerkt die zo’n gesprek op gang kunnen brengen op basis van de richtlijnen van de American Medical Association en het Stanford University Physician Wellness model. Deze praktische oefeningen helpen om een gesprek aan te gaan met collega’s om de voldoening te vergroten tijdens het werk en te leren omgaan met de uitdagingen van de elektronische medische systemen.

Elektronische medische systemen, waaronder artificiële intelligentie, zullen de toekomst van de zorg zijn, maar het design van deze systemen zal wel drastisch moeten verbeteren. Ondertussen moeten we blijven investeren in het welzijn van onze zorgverleners zodat ze nog steeds voldoening kunnen vinden in hun werk en ziekte voorkomen.


Deze opinie is ondertekend door: Pieter Vandekerckhove (Erasmus Universiteit Rotterdam), Dr Bernard Schockaert, en Dr Alexander Schauwvlieghe (Erasmus MC). Deze opinie drukt louter de persoonlijke mening uit van de auteurs en heeft geen betrekking tot de mening van het instituut waar de auteurs voor werken.

Pieter Vandekerckhove is PhD student bij Erasmus School of Health Policy en Management, Erasmus Universiteit van Rotterdam. Hij onderzoekt hoe participatory design eHealth kan verbeteren.

Hij is spreker tijdens de eerste avond van de NRC Live serie Toekomst van de Zorgprofessional.

Bekijk programma

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!