Boeren en tuinders hebben oplossingen

-5 minuten leestijd-

OPINIE – Klimaatverandering (1), voedselzekerheid en -gezondheid (2) en een vitaal platteland (3): deze drie thema’s zullen de komende decennia de agenda van de wereldpolitiek bepalen. Met een sleutelrol voor boeren en tuinders, is mijn overtuiging. De agrarische sector wordt vaak gezien als veroorzaker van problemen op het gebied van klimaat, volksgezondheid en milieu. Maar er is ook een andere kant van de medaille: boeren en tuinders hebben oplossingen. Oplossingen die andere partijen niet kunnen bieden.

Klimaatverandering
Iedereen is er inmiddels van overtuigd dat het klimaat verandert, behoudens misschien een enkele bewoner van het Witte Huis. Nederlandse boeren en tuinders ervaren die verandering aan den lijve: wij worden, veel meer dan in het verleden, geconfronteerd met periodes van hevige regenval danwel extreme droogte. De uitstoot van CO2 en methaan moet terug. En we kunnen ook een grote bijdrage leveren, dankzij het proces dat ‘fotosynthese’ heet. Planten halen met fotosynthese CO2 uit de lucht en stoppen die in organische materiaal. Met name in de bodem is wat CO2 betreft nog een wereld te winnen: daar hopen resten van planten (en dieren) zich op tot organische stof. De hoeveelheid organische stof in landbouwgrond varieert nu ergens tussen drie en acht procent, afhankelijk van grondsoort (zand, klei). De voorbije decennia is het gehalte gestaag gedaald: door lagere drijfmestgiften, door een toenemende populariteit van rooivruchten (aardappelen, bieten) en door de opmars van snijmais (ten koste van grasland). Als wij er in slagen het organische stofgehalte in landbouwgrond te verhogen, leveren we een enorme bijdrage in de strijd tegen klimaatverandering. Ter illustratie: één procent meer organische stof in landbouwgrond, compenseert de totale Nederlandse jaarproductie aan broeikasgassen. En die stijging kunnen we realiseren door meer groenbemesters te telen, met slimmere gewaskeuzes en door vaker te (mogen) kiezen voor dierlijke mest in plaats van kunstmest.

“Als wij er in slagen het organische stofgehalte in landbouwgrond te verhogen, leveren we een enorme bijdrage in de strijd tegen klimaatverandering.”

De strijd tegen klimaatverandering vraagt ook een overstap van fossiele naar duurzame energie. In die transitie spelen boeren en tuinders een grote rol. Nu al wordt meer dan veertig procent van de duurzame energie die Nederland produceert, opgewekt vanaf het boerenerf. Met windmolens, via zonnepanelen en met biogasinstallaties. Daarmee zijn de mogelijkheden nog lang niet uitgeput. Er liggen nog honderden hectare aan stal- en schuurdaken, gericht op het zuiden, letterlijk te wachten op zonnepanelen. Een overheid kan hier, met de juiste prikkels, een zetje in de goede richting geven (zie het beleid van de Duitse overheid). Dan kan meteen voorkomen worden dat in ons land op grote schaal zonneakkers worden aangelegd waarmee uiteindelijk vruchtbare landbouwgrond verloren gaat.

“Nu al wordt meer dan veertig procent van de duurzame energie die Nederland produceert, opgewekt vanaf het boerenerf.”

Voedselzekerheid en -gezondheid
Dat we de komende decennia iedere snipper landbouwgrond nodig hebben om de wereld te voeden, is ook helder. De wereldbevolking groeit (van 7,3 miljard nu naar 9,6 miljard over dertig, veertig jaar) en de welvaart neemt toe. De vraag naar dierlijke eiwitten (zuivel, vlees, eieren) zal exploderen. Ondanks de verschuiving van het eetpatroon in Europa en de VS van minder vlees naar meer plantaardige eiwitten. Tegelijkertijd voltrekt zich de klimaatverandering. De gevolgen zijn nu al zichtbaar, met de enorme hongersnood in de Hoorn van Afrika als meest pregnante voorbeeld.

Landen als China en India nemen nu al hun maatregelen met het oog op voedselzekerheid. Ze verwerven landbouwgrond in Afrika (landgrabbing), kopen zich in voedselsystemen (slachterijen, zuivelondernemingen) en zijn bijzonder geïnteresseerd in het schaarse aantal fosfaatmijnen die de wereld nog telt. Voor de goede orde: fosfaat is net als olie een eindige grondstof en tegelijkertijd van vitaal belang voor de productie van voedsel. Zonder fosfaat kunnen planten (en mensen!) niet groeien en stokt de voedselproductie…

Ook hier hebben Nederlandse boeren en tuinders oplossingen in huis. Want ondanks alle maatschappelijke kritiek: we weten als geen ander met een minimale input van middelen (mest, gewasbescherming) een maximale output te realiseren. Een model dat de wereld nodig heeft om haar bevolking te kunnen blijven voeden.

Leefbaar platteland
Mondiaal is nog steeds een trek gaande van het platteland naar de stad. Ter illustratie: iedere maand groeit het aantal stedelingen wereldwijd met 12 miljoen. Zet die ontwikkeling tien jaar door, dan groeit het aantal stedelingen tot 2027 met 1,4 miljard. Over tien jaar telt de wereld veertig steden met meer dan dertig miljoen inwoners. Dat zijn ongekende vormen van intensieve menshouderij, met grote consequentie voor de voedselvoorziening. Want het voedsel voor de inwoners zal voornamelijk geproduceerd moeten worden in een straal van 300 tot 500 kilometer rondom die steden. Dat kan in allerlei vormen: grootschalig intensief, kleinschalig hi-tech, social farming. Het is een illusie te denken dat één model hier de panacee tegen alle kwalen is. Een zekere vorm van schaalvergroting en intensivering is onvermijdelijk. Terreinen waar de Nederlandse land- en tuinbouw grote expertise heeft.

“Een zekere vorm van schaalvergroting en intensivering is onvermijdelijk. Terreinen waar de Nederlandse land- en tuinbouw grote expertise heeft.”

De trek van platteland naar stad stelt ons ook voor de vraag: hoe zorgen we voor een leefbaar platteland voor de achterblijvers. Een platteland dat bovendien aantrekkelijk blijft voor de stedeling om te recreëren. Digitalisering (snel internet!), een goed voorzieningenniveau (gezondheidszorg, onderwijs) en een mooi landschap zijn daarbij onmisbare elementen. Ook hier kan Nederland gidsland zijn. We zijn, bekeken door een mondiale bril, een stadstaat met daaromheen een florerende land- en tuinbouw.

Kansen en perspectieven
Tot slot: ik zal niet ontkennen dat de land- en tuinbouw zo zijn eigen problemen kent. Maar het is ook een sector met antwoorden op de uitdagingen waarmee de wereld zich de komende decennia geconfronteerd ziet. Boeren en tuinders moet terug in hun rol van verzorgers van planten en dieren, van bodemleven en ecosysteem. Want ik kan iedereen fier in de ogen kijken wanneer ik de vraag stel: kunt u dat beter? Het antwoord ken ik en luidt ‘Nee’. Het beleid voor de komende decennia vraagt niet om een stelsel van ge- en verboden, maar moet uitgaan van kansen en perspectieven. Zo’n benadering zet ondernemers in hun kracht en is de meest kansrijke route op weg naar een duurzame toekomst.


Hans is voorzitter van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO). Met zijn vrouw Marian runt hij een melkveebedrijf met zichtstal en boerderijterras in Wintelré in de Brabantse Kempen. Naast de ZLTO is hij vicevoorzitter van de Raad van Commissarissen van Vion en bestuurder van LTO Nederland met de portefeuille Duurzaam Ondernemen. Hans is voorzitter van het Curatorium Food, Farming and Agriculture en voorzitter van de Stichting People 4 Earth. Daarnaast is hij voorzitter van de Raad van Toezicht HAS Hogeschool, lid van de Raad van Advies Staatsbosbeheer en lid van de Advisory Board TIAS. Hans is ambassadeur van verantwoord bodemgebruik.


In aanloop naar Agrifood & Tech deelt NRC Live iedere week één of meerdere (opinie)stukken van onze sprekers.

Bekijk het programma

Blijf op de hoogte!

Blijf op de hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van toekomstige NRC Live events? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!

Suggesties voor een spreker?

Suggesties voor een spreker?

Ken jij iemand die goed zou kunnen spreken op een van onze events? Stel dan een spreker aan ons voor!